Van eind januari tot begin februari 2017 trok ik samen met mijn vriend voor 3 weken naar Sri Lanka. Eigenlijk wisten we niet veel over Sri Lanka, we kochten eigenlijk gewoon ooit een reisgids in een boekhandel. Toen we na een zeer drukke periode op het werk allebei wat tijd vrij hadden, viel ons oog terug op die reisgids. De tickets naar Sri Lanka bleken niet duur en dus was de beslissing snel gemaakt. Heel veel voorbereiding hebben we niet gedaan. We boekten onze eerste nachten en omdat mijn vriend al kon duiken, besloot ik ook een duikcursus te volgen. Voor de rest lieten we ons leiden door het weer en de tips die we onderweg tegen kwamen.
Sri Lanka is een land dat ongelofelijk veel te bieden heeft. Je hebt er tropische stranden, prachtige berglandschappen en een enorm aanbod aan culturele trekpleisters. Maar wat ons het meest opviel was de gastvrijheid van iedereen. Overal waar wij kwamen, van hotel over hostel tot boomhut voelden wij ons enorm welkom. Alleen al daarom zou ik iedereen willen aanraden om naar Sri Lanka te reizen.
Hier mijn hoogtepunten van onze reis naar Sri Lanka. Ik schrijf binnenkort ook nog een blogpost met onze route dag per dag.
Dit lijkt misschien de meest 'obvious' tip, iedereen gaat toch naar Sigiriya? Ja, natuurlijk. Maar de eigenaar van de boomhut waar we sliepen, deelde ons mee dat hij ons 's ochtends om 6u45 zou afzetten aan de ingang. Van daar is het nog ongeveer 15 minuten wandelen naar de ticket office, die dan ook om 7u open gaat. Hij zei verder nog: ga onmiddellijk door en begin zo snel mogelijk aan de beklimming.
Een gouden tip, bleek achteraf. We wandelden rustig naar boven en kwamen uiteindelijk tegen rond 8u30 aan op de top van Sigiriya. We konden er van het uitzicht genieten en prachtige foto's nemen. Ik denk dat we op dat uur samen met zo'n 20-tal andere toeristen op de top stonden. Wanneer we een half uur later terug beneden stonden, begrepen we des te beter waarom we zo vroeg moesten opstaan. Ik schat dat zo'n 1000 mensen klaar stonden om de beklimming aan te vangen. Wij zijn snel teruggekeerd naar onze boomhut, waar een heerlijk ontbijt op ons stond te wachten.
Ik geef het grif toe, wij hebben erg veel geluk gehad toen ik slechts 1 dag op voorhand toevallig via Booking op de boomhutten van River Side Villa in Sigiriya uitkwam. Vaak is deze fanatische plek lang op voorhand volgeboekt. Maar dit was ongetwijfeld de leukste verblijfplaats van onze reis.
Chaminda, de eigenaar spreekt zeer goed Engels en is heel bereid om met alles te helpen. In de prijs van de B&B zit ook een rit met de tuktuk naar Sigiriya Rock inbegrepen. Achter de B&B ligt een riviertje waarin je kan zwemmen en waar locals zichzelf en hun kleren komen wassen. 's avonds kan je ook blijven eten, wat een absolute aanrader is, want Chaminda's vrouw maakt de beste curry die ik in Sri Lanka gegeten heb.
Natuurlijk zitten er veel meer dieren in Sri Lanka dan olifanten alleen. Maar luipaarden of andere grote dieren hebben wij helaas niet kunnen zien. Vandaar dat de olifanten veruit de coolste dieren waren die we konden spotten tijdens onze reis. We hebben 2 parken bezocht: Uda Walawe national park en Kaudulla national park. Als je maar tijd hebt om 1 park te bezoeken, zou ik Uda Walawe aanraden. Behalve de vele dieren, zijn ook de landschappen daar werkelijk verbluffend. Maar wil je absoluut olifanten zien en liefst ook veel, dan ga je beter naar Kaudulla.
In Uda Walawe boekten we onze safari trip via het hotel. Dat is iets duurder (vooral omdat ze ons absoluut een privé gids wilden aansmeren in plaats van ons samen te zetten met andere mensen). We hadden in Uda Walawe een erg goede gids, die veel dieren spotte en ze ook kon benoemen. Daarboven was het ook een erg lieve kerel: toen een andere jeep vast zat in de modder, schoot hij prompt te hulp, met als gevolg... je kan het wel raden. Dat we zelf vast zaten in de modder. Ik denk dat we een half uur lang moeite hebben moeten doen om er uit te raken, onze gids zat helemaal onder de modder, maar achteraf was dat wel grappig.
In Kaudulla national park regelden we ook nog erg last-minute een auto met chauffeur. Hij kon, laten we zeggen, wel erg goed met de wagen rijden... Maar hij kende iets minder van dieren. Al waren die ook wel wat moeilijk te spotten toen we aan 70km per uur over dirt roads reden... Maar aan de grote plas midden in het park zitten altijd olifanten (wij hadden de pech dat we er maar 15 gezien hadden blijkbaar). En op de terugrit stond er zelf eentje zijn avondmaal te eten vlak naast de weg. Dus al bij al toch een erg geslaagde safari.
We wilden eigenlijk graag de echte Adam's peak beklimmen, maar slecht weer heeft die plannen letterlijk in het water doen vallen. Maar geen probleem, er was nog altijd Little Adam's Peak. Dit is eigenlijk een heel gemakkelijke klim, in zo'n 45 minuten sta je al boven op de top. Maar het uitzicht is er wel fenomenaal, dus het is zeker de klim waard.
Behalve little Adam's peak, waren wij niet zo'n fan van het dorpje Ella, want de lokale charme was er nog maar ver te zoeken. De 9-arches bridge is leuk, maar nu ook weer geen must-see. Wat we wel leuk vonden waren de Rawanna Ella waterval, een eindje buiten Ella. Meer daarover hieronder.
Wanneer je dus in Ella bent, kan je een scooter huren om naar de Rawanna Ella waterval te rijden (of een taxi of een tuktuk). Dit is een indrukwekkende waterval, maar je kan er ook zwemmen. Hoewel er een groot bord staat dat zwemmen verboden is, verzekerden alle locals ons dat het geen probleem was wanneer wij bij de watervallen waren. Wat ik verder ook geweldig vond, was dat de lokals de waterval ook als openbare douche gebruikten. Niet de grote waterval natuurlijk, maar rond een aantal zijstromen ontstonden kleine natuurlijke poelen en daar werd duchtig in gedoucht.
Sri Lanka is niet de meest bekende bestemming om te duiken en het is zeker ook niet de mooiste duikplek ter wereld. Maar om er je eerste duikervaringen op te doen, is het zeker een goede bestemming. Wij hebben op 2 locaties gedoken: in Unawatuna en in Kalpitiya. Als je een cursus wil doen, kan ik Submarine Diving in Unawatuna zeker aanbevelen. Het wordt volledig gerund door locals (met Shirley die al 20 jaar rond Unawatuna duikt, als baas). De duiken in Kalpitiya vond ik persoonlijk mooier en Sam van het Kalpitya Diving Center is echt een heel toffe gast. Alleen is hij niet gekwalificeerd om cursussen te geven.
Wat het snorkelen betreft: wij hebben prachtig gesnorkeld in Hikkaduwa. We konden daar snorkelen met schildpadden en je kon er prachtige vissen zien, slechts enkele meters van het strand.
Sri Lanka staat wel gekend als een religieus land, maar wat ons opviel is dat de religies op het eerste zicht erg vredevol naast elkaar leven. En dat de combinatie van verschillende religies geen probleem lijkt te zijn (Sam de duikmaster was boeddhist aan land, maar Christen op zee, omdat Jezus beter was voor de visster...)
Maar soit, tempels natuurlijk. We brachten natuurlijk een bezoek aan de Tempel van de Tand, maar die was zo ongelofelijk druk... daar hebben we niet echt van genoten. Maar we kwamen ook voorbij een tempel iets buiten Kandy, waar blijkbaar de hoofdmonnik net gestorven was. De man lag nog opgebaard en de voorbereidingen voor zijn begrafenis waren volop bezig. De leukste tempel die wij bezochten was de Alivihara rotstempel. Op sommige van de rotschilderingen kan je nogal expliciete, bijna comic-achtige uitbeelding zien van de boeddhistische hel... redelijk bijzonder. Een beetje verder bezochten we ook de bekende Kaudulla tempel. Geen enkele reisgids had ons gewaarschuwd voor de toch wel flinke beklimming richting de tempel, maar het is zeker de inspanning waard.
Daarnaast zijn we ook een dagje gaan rondfietsen in Anuradaraphura, zeker aan te raden. Maar als je op je eentje rondfietst, vergeet je best je eigen reisgids niet. Er was bijna niets van informatie over de ruïnes te vinden. Van ons guesthouse kregen we wel een klein plattegrondje en twee krakkemikkige fietsen. We weten eigenlijk nog steeds niet waarvoor een stupa gebruikt wordt of werd. Maar dankzij onze reisgids kregen we toch wat informatie bij de bouwwerken die tegenkwamen op deze enorm grote archeologische site.
Op onze eerste dag in Sri Lanka verbleven we in Negombo, omdat dat nu eenmaal dicht bij de luchthaven ligt. We ontmoeten er 2 aardige Britten die wel vaker in Negombo kwamen. Zij kenden iemand met een bootje die ons wel wou meenemen voor een tochtje op het Hollands Kanaal, natuurlijk zeiden we ja. In het begin is het kanaal erg vuil, we moesten regelmatig stoppen omdat plastiek er voor zorgde dat de motor vast kwam te zitten. Maar eenmaal weg van de huisjes, richting de lagune was het wel een mooie boottocht. We maakten een korte tussenstop aan Todi-farm. De eigenaar klom tot 7 meter hoog in een palmboom om verse todi te oogsten voor ons.
Reizen door Sri Lanka gaat nooit vervelen. Er zijn zoveel verschillende manieren om rond te reizen. En het leuke is dat je gewoon kan afwisselen en je vervoersmiddel kiezen aan de hand van je volgende tussenstop. Wij namen onder andere de trein tussen Ella en Nuwara Eliya (een van de mooiste treinreizen ter wereld), maar stapten dan over op een gedeelde auto met een aantal mensen die we op de trein hadden leren kennen. We namen de bus, veruit het goedkoopste vervoersmiddel, maar je hebt er ook wat tijd voor nodig. Ons favoriete vervoersmiddel was de Tuktuk, dat is vaak een stuk goedkoper dan een auto en door de trage manier van reizen, zie je veel meer van het land. Probeer wel een Tuktuk chauffeur te vinden die een beetje Engels praat. Als je een aantal dagen op 1 plek blijft, is een ritje op de scooter ook altijd een ideale manier om zelfstandig de streek te verkennen. En zoals hierboven gezegd, fietsen in Anuradhapura is zeker ook een aanrader.
Wij gingen op bezoek in een turtle farm in Koggala, maar je kan turtle farms vinden op verschillende plekken langs de kust. Op het eerste zicht lijkt een bezoekje aan een turtle farm misschien niet zo diervriendelijk, maar het tegendeel is waar (of toch op de farm die wij bezocht hebben). De farms vangen gewonde schildpadden op en verzorgen hen tot ze terug vrijgelaten kunnen worden. Daarnaast verzamelen ze schildpaddeneieren en begraven die opnieuw op een veilige plek. Dat is helaas nog altijd nodig, want door sommige mensen worden schildpaddeneieren nog steeds als een delicatesse gezien. Nadat de schildpadjes uitgekomen zijn, kan je er eentje 'adopteren' en vrijlaten in de oceaan. Tegen betaling uiteraard, maar hé, de mensen die de farm open houden moeten er natuurlijk ook iets aan verdienen.
Mirissa is één van de beste plekken ter wereld om blauwe vinvissen te spotten. Wij hadden enorm veel pech, de dag dat wij onze walvissen trip geboekt hebben, heeft het de hele voormiddag geregend. We hadden 'premium seats', op de eerste rij dus. Maar dat wou ook zeggen: waar je heel erg nat werd. Maar ondanks het slechte weer hebben we de walvissen wel gezien. Het is sowieso een fantastische ervaring om een Blauwe vinvis (het grootste dier ter wereld!) naast je boot te zien opduiken. Langs de andere kant hebben we ook onze vragen bij de 15 grote boten die de walvissen achtervolgden zodat toeristen er de beste plaatjes van konden maken... Tegelijk hielden alle boten wel afstand van de dieren en lieten ze rustig zwemmen. Iemand hier aanbevelingen of dit nu goed of slecht is voor de dieren? Geef zeker feedback!
© 2026 Goeie Reis!