In de zomer van 2017 hadden we eigenlijk niet de intentie om een verre reis te maken. We dachten eerder aan 10 dagen Kroatië. Maar toen viel mijn oog via Secretflying op goedkope tickets vanuit Duitsland naar Namibië. Voor slechts 360 euro kon je al heen en terug vliegen vanuit Keulen. Te mooi om waar te zijn? Een beetje misschien. Laten we zeggen dat er slechts beperkt comfort was op de vlucht.
We hadden niet veel vakantie, dus een lange reis konden we niet boeken. Het is dus een blitzbezoek van 12 dagen aan Namibië geworden. Dat is zeker kort, maar tegelijk toch genoeg om een aantal hoogtepunten van dit prachtige land te bezoeken. Dit waren voor ons de 12 hoogtepunten die we tegenkwamen tijdens onze reis.
Nadat we de tickets geboekt hadden, bleken we toch wel aan de late kant om nog een 4x4 te vinden voor onze road trip. Maar na even zoeken en mailen vonden we er uiteindelijk toch nog één bij Bobo Campers.
Ik kan iedereen die een beetje kampeerervaring heeft (of zijn eerste kampeerervaring wil opdoen) deze manier van reizen absoluut aanraden. Als je tijdens de zomermaanden gaat, moet je wel rekening houden dat de nachten in de tent af en toe wat koud zijn. Daarom hebben wij halverwege de trip besloten om 1 nacht in een B&B door te brengen. Maar voor de rest geeft een kampeer-road trip je veel vrijheid om te doen wat je wil. Je hebt bovendien altijd je huisje bij, dus je kan stoppen wanneer je wil.
Naast het avontuurlijke van het kamperen, maakt deze keuze de trip ook goedkoper: een auto met tent op het dak kost maar iets meer dan een gewone 4x4 en de campings zelf kosten ongeveer 20 euro per nacht (voor 2 personen). Omdat we alles bij de hand hadden, hebben we ook regelmatig zelf gekookt, wat ook een stuk goedkoper is dan elke avond in een lodge of restaurant te eten.
Etosha is het grootste natuurpark van Namibië en zeker ook het drukst bezochte. Als je je reis wat vroeger boekt dan wij, moet je zeker proberen om in het park zelf te verblijven voor 1 of 2 nachten. (maar de meest populaire locaties zijn tot een jaar op voorhand al volledig volgeboekt, vaak door de grote touroperators). Wij waren daar dus helaas te laat voor, maar vonden wel nog een kampeerplekje op ongeveer 20 min rijden van de ingang van het park.
We hadden oorspronkelijk gepland om het park 2 dagen te bezoeken, maar na 1 volledige dag rond te rijden, hadden we al zoveel dieren gezien (wij hadden bijzonder veel geluk bij de 'spot' Rietfontijn). We vreesden dat onze tweede dag alleen maar kon tegenvallen. Daarom besloten we om onze road trip gewoon verder te zetten.
Aangekomen in het park raad ik iedereen aan om een plattegrond van het park te kopen. Het plan zelf is handig, maar daarbij krijg je ook een volledige gids met alle dieren die je in het park kan spotten, inclusief alle vogels. Heel handig want ook leerde toch een aantal nieuwe diersoorten kennen. Hier een lijstje van welke dieren wij onder andere allemaal gezien hebben: een koppel leeuwen, 2 troepen olifanten, een neushoorn, koedoe's, oryx's, giraffen, zebra's, hyena's, jakhalzen, springbokken, gnoe's, struisvogels,... te veel om op te noemen!
Tijdens een trip naar Etosha National Park is het leuk om even te stoppen bij de Etosha lookout. Dit is de enige plek waar je tot op de zoutpan, waarrond dit park gevormd is, kan komen. Hier kan je oneindig kijken naar een zout, droog en dor landschap. Hier zijn geen dieren te bespeuren, dus je kan even veilig uit de auto stappen om een foto te nemen van dit onwezenlijke landschap.
Heel veel mensen willen duin 45 beklimmen met zonsopgang. Wij kwamen kort na de middag aan in Sesriem en hadden eigenlijk nog net genoeg tijd om de 45 km naar de duin af te leggen en deze op ons gemak te beklimmen voor de zon onder ging. En ik kan eigenlijk alleen maar aanraden om het op dit moment van de dag te doen. De duinen zijn ook fanatisch in het avondlicht en je moet niet in de file gaan staan om er op te klimmen.
De klim zelf is best stevig, maar ik denk dat het wel mogelijk moet zijn dat iedereen tot op de top raakt. Een tip is om zonder schoenen op de duin te lopen (met sokken). Een trucje dat ik afkeek van onze instructrice bij het sandboarden :-). Neem wat water mee en stop af en toe om rond te kijken en te genieten van het prachtige landschap. En frustreer je vooral niet dat je bij elke stap die je omhoog zet, er een halve terug naar beneden glijdt. Boven raak je echt wel.
Wij hadden het geluk dat we nog een plekje hebben kunnen reserveren op de camping binnen het nationaal park. Op die manier mag je nog voor zonsopgang al het park in rijden. Maar indien jou dat niet gelukt is, hoorden we van andere toeristen dat het toch altijd het proberen waard is om te vragen of er nog plekjes zijn. Vaak is de camping niet vol en kan je er zonder reserveren toch nog op.
Zoals ik daarnet schreef, rijden de meeste bezoekers naar Dune 45 's ochtends vroeg om de duin te beklimmen voor de zon op komt. Wij reden nog wat verder door tot aan de kleipan van Dead Vlei. Eenmaal aangekomen bij de parking besloten we onze eigen 4x4 te laten staan en het stukje mulle zand tot de Vlei af te leggen in een busje. Een goed idee: terwijl andere bezoekers aan het vloeken waren over hoe ze hun auto door het mulle zand konden wurmen, konden wij genieten van ons privé ritje en de zonsopgang.
Midden in de woestijn stopte onze chauffeur. Met als enige aanwijzing: 'loop gewoon naar daar' werden we afgezet op een plek waar niets bijzonders te zien was. En vooral waar niemand anders te zien was. Maar na zo'n 10 min lopen in de richting die hij ons gewezen had zagen we waarvoor we gekomen waren: de zwartgeblakerde bomen van Dead Vlei. Doordat we op dit vroege uur naar hier gekomen waren, hadden we deze magische plek voor ons helemaal alleen. Pas na 15 min kwamen de volgende toeristen aan. Een fantastische ervaring. (die nog net dat tikkeltje beter werd toen we terug kwamen op de parking waar letterlijk iedereen stond te drummen om in de shuttle busjes te raken).
Een van de dingen die ik absoluut wou doen tijdens deze road trip was een bezoekje aan Kolmanskoppe, het verlaten mijnstadje dat langzamerhand door de woestijn wordt ingenomen. Eenmaal aangekomen in Kolmanskoppe schrok ik even toen bleek dat er een caféetje was waar je iets kon eten en drinken en souvenirs kopen... De woestijn was toch iets minder woest dan gedacht. Maar eigenlijk bederft dat de pret niet. Eerst kregen we een rondleiding van een enthousiaste gids die ons meenam naar de gerenoveerde stukken van Kolmanskoppe. Ondertussen vertelde hij de geschiedenis van het stadje en de bijzonderheden. Wist je bijvoorbeeld dat er zelf een bowlingbaan te vinden was daar midden in de woestijn? Na de rondleiding mocht iedereen op eigen houtje verder het verlaten stadje ontdekken, en kon je de amateurfotograaf in jezelf helemaal laten gaan. Het leuke is dat je ook gewoon alle gebouwen binnen mag lopen (op ééntje na, dat half ingestort is) en met je eigen ogen kan zien hoe het zand sommige huizen helemaal opgeslokt heeft.
Onderweg tussen Etosha en Swakopmund kwamen we voorbij een klein Himba Dorpje. Een jong meisje kwam naar de weg gelopen en maande onze auto aan om te stoppen. Natuurlijk werden we in eerste instantie naar hun kraampjes geleid, waar ze allerlei sieraden wilden verkopen. Omdat wij er al stonden, stopten ook een ander koppel.
Wij waren meer geïnteresseerd in het dorpje achter de sieraden stalletjes, maar door dat ander koppel te zien (2 bandjes kopen, 2 foto's nemen en dan snel terug door rijden) beseften we ook dat een kort bezoekje aan hun dorp geen alledaagse vraag was. Maar na een tijdje onderhandelen (2 bandjes kopen, een pak peren, wat koekjes en een t-shirt later) nam Maria, het Himba meisje, ons mee naar haar dorpje. Ze toonde ons waar ze woonde en legde uit van wie de andere hutten waren. Een aantal kleine Himba-kindjes waren niet van ons weg te slaan. Het was verbazend om te zien met hoe weinig spullen deze mensen overleven en hoe dat zo lang mogelijk geweest is, tot de Westerse cultuur hen dwong om mee te stappen in de mallemolen van geld verdienen en betalen voor wat je nodig hebt.
Swakopmund is dé adrenaline hoofdstad van Namibië. Je kan er van alles doen, van quad rijden tot parachute springen. Wij kozen er voor om te gaan sandboarden in de woestijn. Als je kan snowboarden kan je op een snowboard de duin af. Kan je dat niet, dan is er ook de 'lay down' optie: op je buik op een plank met snelheden tot wel 60km per uur door het zand stuiven. Kortom, de ideale activiteit na lang stilzitten in de auto.
Roadtrippen in Namibië wil zeggen: veel kilometers afleggen. Niet alleen is dit land enorm groot, de meeste interessante plaatsen liggen ver uit elkaar. Maar dat maakt natuurlijk ook deel uit van het avontuur. We reden door de meest fantastische landschappen en stopten dan ook regelmatig om foto's te nemen of even iets te eten. Je moet het rijden echt zien als een deel van je avontuur.
En een avontuur, dat is het ook vaak. Het land kent een aantal goed aangelegde asfaltwegen, maar de meeste wegen zijn nog steeds 'dirt roads'. En dat wil zeggen: wasborden. Omdat ons afgeraden werd om altijd in 4x4 te rijden op dirt roads hebben we dit proberen te beperken tot de stukken dat het echt niet goed ging. Voor de rest was het vooral proberen rond de 70 km per uur te rijden (trager werd je helemaal dooreen geschud en sneller was dan weer gevaarlijk) maar vooral proberen te genieten van het landschap. En af en toe afwisselen, want het rijden is best vermoeiend. Maar op 10 dagen tijd hebben we dus 2x de Steenbokskeerkring over gestoken... En tijdens een rit van 5u, is zelfs een bordje met 'Steenbokskeerkring' een goede reden om even te stoppen.
In Etosha national park hadden we al leeuwen gezien, maar verder hadden de grote katten van Namibië zich nog niet laten zien. Daarom besloten we op het einde van de trip nog even te stoppen bij de Dusternbrook Guest farm. Deze boerderij staat bekend voor hun 'big cat tours'. Toeristen mogen dan mee wanneer de Rangers de cheeta's en luipaarden gaan voederen. Volgens de Ranger zouden er ook een aantal wilde luipaarden op het domein zitten, maar deze hebben we niet gezien. Maar de cheeta's en luipaarden van zo dichtbij zien is wel indrukwekkend.
Ik zou dan ook aanraden om enkel naar Dusternbrook te gaan voor de 'Big cat tour'. Wij wilde er 2 nachten kamperen, maar zijn uiteindelijk maar 1 nacht gebleven. Het personeel was opvallend minder vriendelijk voor de kampeerders dan voor de mensen die in de guesthouses verbleven. Zo'n 200 km verderop ligt trouwens een andere organisatie die grote katten heeft (Africat) en eigenlijk ging onze voorkeur uit naar een bezoek daar. Alleen hadden we na al dat rijden geen zin meer om nog eens extra 200 km heen en terug af te leggen.
Lüderitz vonden wij niet bepaald een aantrekkelijk plaatsje. Er zijn inderdaad een aantal oude Duitse gebouwen, maar voor ons hing er weinig sfeer in dit afgelegen stadje. Maar als je Kolmanskoppe wil bezoeken, dan moet moet je wel langs Lüderitz. Je kan er wel een boottochtje doen richting de pinguinkolonie die er leeft. Op een eiland vlak voor de kust leefde vroeger een gigantische kolonie, helaas bleken de mensen geïnteresseerd in hun uitwerpselen, die tot meters hoog op het eiland waren opgestapeld. Tel daar nog eens de overbevissing in de baai bij, en het is een wonder dat er nog pinguïns over zijn. Gelukkig hebben ze net op tijd ingezien dat de dieren met duizenden tegelijk aan het sterven waren en is hun verblijfsplek ondertussen beschermd. Tijdens de tocht naar het eiland hadden wij het geluk dat er ook een aantal dolfijnen in de boeg van de boot kwamen zwemmen.
Walvisbaai is op zich een weinig interessant stadje. Normaal ga je naar daar om, hoe kan je het raden, een walvissentocht te doen. Maar wij hadden de pech dat de ochtend dat we er waren er gigantisch veel mist was. We hadden die nacht ook een warme guesthouse geboekt, dus we hadden helemaal geen zin om naar buiten te gaan. Gelukkig waren we de dag ervoor al de flamingo's gaan spotten, dan hadden we toch iets van dierenleven gezien in Walvisbaai.
Dit waren voor mij de 12 hoogtepunten van onze 12 dagen Namibië. Wil je weten waar we exact overal geweest zijn en waar we verbleven hebben? Bekijk dan zeker mijn andere blogpost over Namibië.
© 2026 Goeie Reis!