Deze blogpost behandeld onze roadtrip door Namibië chronologisch. Wil je weten wat de hoogtepunten van Namibië waren voor ons, bekijk dan mijn vorige blogpost via deze link.
Praktisch vlogen wij naar Windhoek vanaf de luchthaven Köln-Bonn met de luchtvaartmaatschappij Eurowings voor slechts 360 euro per persoon heen en terug. Voor die prijs krijg je enkel je ticket. Eten, drinken, dekentje, entertainment, koffers moeten bijbetaald worden. Je kan dus een pak meer geld uitgeven aan je ticket, maar dat hoeft niet. Zeker niet als je zoals wij, 2x een nachtvlucht hebt en dus gewoon vooral slaapt op het vliegtuig. (Ik vond deze tickets via de website Secretflying. Deze website zoekt naar goedkope vliegtuigtickets over de hele wereld. De ticketprijzen die er op staan zijn niet altijd correct, maar deze keer waren ze dat wel.)
Onze road trip maakten we met een 4x4 met tent op het dak die we gehuurd hebben bij Bobo Campers. Omdat we nogal laat waren met het boeken van de reis (we boekten begin mei en reisden van halverwege tot eind juli) was een camper vinden niet evident. Maar we hadden geluk: Bobo Campers bracht deze zomer een nieuwe auto in roulatie en wij hadden de eer om deze als eerste te gebruiken. De auto zelf was niet nieuw, maar de tent en alle kampeerspullen wel. De wagen die wij huurden was een Discover DC budget koste ongeveer 1200 euro voor 12 dagen, alle verzekeringen inclusief (we namen een full coverage, die effectief alles dekte, ook het sterretje in de voorruit toen we hem terug brachten). De kampeeruitrusting bij de auto was zeer volledig, wij kochten enkel nog een extra deken voor de zekerheid voor de koudere nachten.
We hadden op voorhand de route uitgestippeld die we ongeveer wilden afleggen. Op de meest toeristische plekken boekten we op voorhand al een camping, omdat de kans anders bestaat dat je geen plekje meer hebt. Het gaat hier dan over Etosha en Sesriem. Ook voor onze eerste nacht hadden we de camping op voorhand geboekt. Campings zijn over het algemeen niet duur, tussen de 20 en 30 euro per nacht. Soms hadden we een privé (openlucht) douche & toilet, soms waren het gemeenschappelijke blokken. Bij alle campings was er een privé 'braai' plek waar je gemakkelijk kon koken, de ene keer al wat luxueuzer dan de andere.
Op de eerste dag van onze reis kwamen we al in de voormiddag aan in Windhoek. Op de luchthaven werden we opgepikt door iemand van Bobo Campers die ons meenam naar het verhuurbedrijf waar we onze 4x4 kregen. Je moet wel een 2-tal uur rekenen voor alles afgehandeld is als je een 4x4 met tent op het dak huurt. We kregen naast de uitleg over de auto natuurlijk ook nog een uitleg over de tent en over alle spullen die er bij zaten. Daarna moesten we de tent eens op en af zetten als test. Nadat we de test met glans doorstaan hadden, kon ons avontuur door Namibië beginnen.
De eerste tussenstop was het tankstation en de supermarkt. Want je moet toch een beetje voorbereid beginnen aan de roodtrip. Omdat er een frigobox op stroom in onze wagen zat, konden we gerust wat vlees en groeten en fruit inslaan voor de volgende dagen. Een aanrader, want de grootste supermarkten zijn in Windhoek.
Voor onze eerste nacht hadden we een kampeerplekje geboekt op de camping van natuurpark Daan Viljoen, net buiten Windhoek. Hier vonden we een heel erg propere camping in een klein natuurdomein waar onder andere giraffen, apen, gnoes en oryx zitten. Je kan een korte rit met de 4x4 wagen doen door het park. Ideaal om alvast even te oefenen met de 4x4 en je eerste 'wildlife' te spotten.
Daarna was het even sukkelen om de tent voor het eerst op te zetten en onze eerste Namibische braai te houden. En ook om onmiddellijk te ontdekken hoe koud de Namibische nachten kunnen zijn. Al moet ik wel toegeven dat Windhoek door de grote hoogte ook de koudste plek is waar we geslapen hebben.
Op dag 2 van onze road trip stond niet veel gepland want we hadden die avond al een camping geboekt in de buurt van Etosha, namelijk op de camping van de Toshari Lodge. Ik geef het toe, een beetje ambitieus was dat wel. De afstand tussen Daan Viljoen en Toshari is namelijk een dikke 400 kilometer. Gelukkig is de weg naar Etosha National park een asfaltweg, waar je vlot 120 km/u kan rijden.
Dit was dus vooral een dagje van rijden. We zijn wel nog gestopt in Otjiwarongo om het lokale marktje te bezoeken en in de supermarkt om nog een aantal extra's te kopen voor onze kampeeruitrusting. Namelijk: 2 mutsen en een extra deken. Na de koude nacht bij Daan Viljoen zijn deze zeker van pas gekomen.
Uiteindelijk waren we tegen zonsondergang bij de Toshari lodge, waar we mee mochten aansluiten bij het avond banket voor de gasten. Want na de lange rit hadden we niet meer veel zin om te koken.
Vanaf de Toshari lodge is het nog zo'n 25 kilometer rijden naar de Anderson Gate, één van de ingangen van het Etosha National Park. Omdat wij 's ochtends toch even gesukkeld hadden met onze tent (want dat is natuurlijk het nadeel van een tent op het dak, als je een uitstap wil doen met je auto, moet je wel de tent volledig opplooien) waren we wat later bij de gate dan we gepland hadden. Maar achteraf bleek dat niet zo erg: wanneer de gate open gaat, staat er blijkbaar altijd een lange file. Wij hebben slechts een tiental minuutjes moeten aanschuiven voor we het park konden binnen rijden. Daarna reden we door naar het Okoukuejo camp waar we een plattegrond van het park kochten en onze route uitstippelden. We wilden graag tot aan de Etosha lookout rijde en van daar terug naar de Anderson Gate.
In het droge seizoen, verzamelen de meeste dieren zich rond de waterholes in het park. Deze staan dan ook aangeduid op je plan en met duidelijke pijltjes in het park zelf. Aan sommige waterholes zie je helemaal niets, aan andere krioelt het dan van de dieren. Wij hadden enorm veel geluk aan de Rietfontijn water hole: een heel scala van dieren liet zich daar aan ons ziet. Er zat een neushoorn, een groep olifanten, hopen zebra's, gnoe's, kudu's, springbokken en andere antilopes, een aantal hyena's en een jakhals. Je kon er werkelijk blijven kijken en telkens zagen we andere dieren.
Na een korte stop bij het Halali rest camp om even de benen te strekken en wat te eten reden we door richting de Etosha lookout. We maakten nog een kleine omweg langs de Goas waterhole. Gelukkig!. We zagen een groep met een ervaren Ranger stilstaan en door hun verrekijkers turen in het hoge gras. Daar zat iets spectaculairs, dat konden we afleiden omdat ze er een hele tijd bleven staan. Alleen konden wij maar niet zien wat. Maar er was iets, dat wist ik zeker. Uiteindelijk zagen we ze ook: een koppel leeuwen die lag te luieren in het gras. Wauw!
Daarna reden we verder naar de lookout, alweer een totaal ander uitzicht. Hier geen dieren bespeuren, maar zout, zand en droogte. Zo ver het je kon zien zag je alleen een enorm droge vlakte. Je waant je echt even op een andere planeet. Daarna moesten we een beetje voort maken om op tijd terug uit het park te zijn (als je niet verblijft in het park moet je voor zonsondergang buiten zijn. Rijden na zonsondergang wordt ook enorm afgeraden: er zijn wilde dieren die in het donker de weg oversteken en de wegen liggen er zeker niet altijd goed bij). Toch kwamen we op de terugweg nog een groep olifanten en een neushoorn tegen. Een meer dan geslaagde dag dus.
Op de camping hadden we ondertussen gezelschap gekregen van twee Duitse toeristen die ook met een 4x4 door Namibië aan het trekken waren. Er werden wat drankjes boven gehaald en een vuurtje aan gestoken en er werden tips en verhalen uitgewisseld. Dit is ook één van de redenen waarom ik van kamperen houd, social contact is soms toch sneller gelegd dan in een hotel of lodge.
Opnieuw een dag waarbij we vooral gereden hebben. Ons oorspronkelijk plan was om naar de Spitzkoppe te rijden, omdat we gelezen hadden dat het daar enorm mooi was. Daarnaast was daar ook een community camping. Na 2 dagen bij sjieke lodges gekampeerd te hebben, leek het ons een goed idee om eens op zo'n camping te gaan staan.
Onderweg was viel er niet erg veel te bezoeken. We deden nog een korte stop in Outjo voor wat extra boodschappen en lazen in onze reisgids dat het 'petrified forrest' ook ongeveer op de route lang. We zijn er ook naartoe gereden, maar in mijn ogen was het de omweg niet waard. We kregen weliswaar een geweldige rondleiding langs de versteende bomen door een deskundige gids. Toen hij hoorde dat we uit België kwamen en Nederlands spraken, gaf hij spontaan de volledige rondleiding in het Afrikaans. Leuk, maar na een half uurtje ben je wel rond en heb je de versteende bomen gezien... en daarvoor hebben we 3u rond gereden. We hebben de rotsschilderingen in de buurt dan maar gelaten voor wat het was en zetten onze tocht verder richting Spitzkoppe. Ondertussen hadden de asfaltwegen al plaats gemaakt voor dirt roads, dus we begonnen al te vrezen dat dit plan misschien net iets te ambitieus was.
Maar op vakantie moet je ook genieten en zeker tijdens een roodtrip moet je stoppen wanneer je daar zin in hebt. Als we wat later aan een dorp voorbij reden waar een aantal traditioneel uitgeruste Herero vrouwen souvenirs verkochten, konden we niet anders dan even stoppen.
Toen we onze trip verder zetten, zagen we de zon dan ook langzaam onder gaan. We beseften dat Spitzkoppe nog erg ver weg was, maar een interessante plek om te stoppen was er niet. Uiteindelijk passeerde we het nietszeggende plaatsje Uis en ondertussen was het 5u40. Met nog 120 km te gaan, besloten we te kijken of er in Uis nergens een camping was. En we waren net op tijd, bij de Daureb Isis Campsite. De eigenaar was namelijk net van plan om de camping af te sluiten omdat er niemand was die nacht. Maar dit is werkelijk de mooiste camping diepe tijdens onze trip tegen gekomen zijn. Er was een zwembad, speciale overdekte staanplaatsen voor de auto (waar je volledig onder kon, met auto met opgezette tent), proper sanitair en zelfs tafels en stoelen voor elke kampplek. Naast de camping is trouwens een plantenzaak annex koffiebar waar je 's morgens heerlijk kan ontbijten. Deze is wel enkel 's ochtends open, dus gelukkig hadden we nog wat boodschappen gedaan zodat we zelf konden koken op de verder verlaten camping.
Tijdens onze lange rit de vorige dag, waren we net voor Uis een klein Himba dorpje voorbij gereden. Ook toen kwam een jong meisje ons zwaaiend tegemoet. Omdat we toen wilden doorrijden omdat het donker werd, zijn we niet gestopt. Maar nu we toch vlakbij waren, wilden we wel graag even terug gaan.
Langs de weg stonden een 5-tal himba vrouwen, een himba man en een hoop kinderen souvenirs te verkopen. Maar wat verder weg van de baan was ook hun dorpje. Na wat onderhandelen en sierraden kopen en koekjes en peren uit te delen (ze vroegen zelf naar snoep, maar dat hadden we niet bij) nam het jongste meisje van de groep ons mee naar het dorpje. Haar naam was Maria en ze woonde daar zonder haar ouders. Aan haar haartooi kon je ook zien dat ze nog geen man had. In haar beste Engels vertelde ze ons wie er in de andere hutjes wonen. In het dorpje zaten ook een groep zeer kleine kinderen, allemaal meisjes, zei Maria, die niet van ons af te slaan waren.
Na deze stop reden we verder richting de Spitzkoppe. We hadden er dan wel niet kunnen slapen, we hadden nu toch genoeg tijd om deze kleine omweg te maken. (zo'n 120 km, alles wordt relatief na een tijdje ;-) Maar de omgeving van Spitzkoppe is zo mooi dat dit zeker de moeite waard was. We vonden het weliswaar jammer dat we niet meer op de community camping konden staan, maar waren toch blij dat we dit prachtige landschappen hadden kunnen zien.
Daarna reden we door naar Swakopmund waar het weer helaas nogal tegenviel. Het was er miezerig en koud in vergelijking met de rest van het land. Ik weet niet of wij gewoon pech hadden of dit typisch is voor Swakopmund. Toch zijn we even door het stadje gewandeld, hebben we de obligate taart met warme chocomelk verorberd en 's avonds hebben we heerlijk gegeten (en gedronken) in restaurant 'the Tug'. In dit restaurant lijkt het alsof je in een boot zit. In het gewone restaurant moet je reserveren, maar voor de bar niet. En eigenlijk is dit de gezelligste plek van het restaurant. We raakten er aan de praat met Nick en Laura, twee Nederlanders uit Maastricht die hun eigen yogareizen organiseren. Af en toe horen we elkaar nog eens en wie weet gaan we binnenkort eens met hen mee op yogareis.
In Swakopmund kampeerden we op de Tiger Reef Campsite. Deze viel een beetje tegen, maar dat lag gedeeltelijk ook aan het koude en druilerige weer.
Na al dat rijden was het tijd voor een beetje actie. Daarom hebben we in Swakopmund een sandboarding trip geboekt via de organisatie Alter Action. Ze kwamen ons 's ochtends oppikken bij de camping, leuk, want dan moesten we voor 1x de tent niet op te plooien voor we wilden vertrekken. Daarna namen ze ons mee richting de woestijn. Ik kan snowboarden dus ik koos voor de stand-up optie, waar je eigenlijk zoals met een snowboard een duin af glijd. Mijn vriend is een skiër, maar voor hem was er de lay-down optie. Dat klinkt misschien niet zo, maar het is best spectaculair. Op een gepolijste plank glijd je met snelheden tot wel 60 kilometer per uur van de duinen naar beneden. Kan je niet kiezen? Geen probleem, want als je de stand-up optie neemt, mag je sowieso ook eens naar beneden zoeven op je buik met de plank.
Na het sandboarden besloten we door te rijden naar Walvisbaai, omdat we daar graag een walvissentocht wilden doen. Omdat het weer nog steeds tegenzat, besloten we voor 1 nacht onze tent ingepakt te houden en een B&B te boeken. We zijn uiteindelijk in het Fair Haven Guest House beland. Een zeer leuke guesthouse met propere kamers mét bad (werkelijk zalig na een aantal dagen camping douches).
In walvisbaai is ook niet erg veel te doen, maar ik had gelezen dat er altijd een kolonie flamingo's zit. Die zijn we dan gaan zoeken en we hebben ze gevonden. Al moesten we daarvoor wel bijna door de zoutwinning rond Walvisbaai rijden, met als gevolg dat onze auto naast hopen stof en zand nu ook nog eens een lading zout over zich heen gekregen had.
In principe stond op deze ochtend de walvissen tocht geboekt. Maar toen we naar buiten keken, vanuit ons warme bedje, zagen we vooral heel veel mist. En dat leek ons nu niet de beste omstandigheden om walvissen te gaan zien. Ook de eigenares van onze B&B raadde ons aan om de tour de cancelen.
Daarom vertrokken we maar wat vroeger dan verwachting richting Sesriem. Misschien niet zo erg, want dit is opnieuw een rit van ongeveer 300 kilometer over dirt roads. Maar tijdens de rit zagen we wel ongelofelijk afwisselende landschappen. Daarnaast moesten we ook even stoppen aan het bordje 'Steenbokskeerkring' om er een foto te nemen. Je passeert de Steenbokskeerkring tenslotte niet elke dag.
Een van de vaste stops tijdens deze rit is Solitaire. Een dorp kan je dit zelf niet noemen: er is een bakkerij en een tankstation en er staan wat oude auto's verspreid over het landschap. Vroeger kon je ook kamperen in solitaire, maar helaas is de camping tegenwoordig gesloten. De meeste mensen stoppen dan ook voor een korte lunchpauze met apfelstrudel en rijden daarna verder naar Sesriem.
Eenmaal aangekomen in Sesriem was het ongeveer 15u30. We hadden een plekje gereserveerd op de Sesriem Campsite, net binnen de poorten van het nationaal park. Hier hadden we geluk, eigenlijk was de camping vol, maar een aantal weken voor vertrek kreeg ik plots een mailtje dat er toch nog plaats was op de camping. Maar we hoorden van andere Belgen die geen plekje meer hadden, dat ze de tip kregen om te vragen naar de 'reserve camping'. Blijkbaar zijn er dus nog een aantal extra, onofficiële plekken op deze campsite. Maar zelf dat bleek niet nodig, er waren een aantal mensen niet komen opdagen dus ze konden gewoon op de camping zelf gaan staan. Het is dus zeker het proberen waard om dit even na te vragen als je niet op voorhand hebt kunnen reserveren.
Waarom is deze camping dan zo gegeerd? Omdat een plekje om de camping je 's avonds langer toegang tot het park geeft en 's ochtends ook vroeger laat binnen rijden. Op die manier konden wij nog vertrekken naar Dune 45 om deze bij zonsondergang te beklimmen. Dan is het er betrekkelijk rustiger dan 's ochtends bij zonsopgang, wanneer de meeste toeristen de duin beklimmen. En de rode duinen van Sesriem zijn ook betoverend onder de ondergaande zon.
Op de camping zelf is niet veel luxe en vooral veel zand. Maar in tegenstelling tot wat ik gevreesd had, was het er eigenlijk ook niet zo koud. Dus 's avonds kan je gezellig koken op een vuurtje en vooral vroeg gaan slapen, want 's ochtends om 5u30 begint iedereen zijn tent in te pakken.
Zoals ik daarnet zei, in Sesriem moet je vroeg opstaan. Voor het eerst moesten we onze tent in het donker opplooien. Maar ondertussen waren we geoefend en stonden we een kleine 15 minuten later al ingepakt klaar. Omdat ik de openingsuren van de gate niet goed gelezen had, waren we al aan de gate zo'n 10 minuten voor die open ging. Maar wakker waren we toch en uiteindelijk stonden slechts een 5-tal auto's voor ons aan te schuiven om binnen te rijden. Zoals ik daarnet zei, beklimmen de meeste toeristen Dune 45 bij zonsopgang. Na 45 kilometer door het park gereden te hebben, sloegen de meeste auto's dan ook af. In onze achteruitkijkspiegel zagen we aan groep mensen dan ook de duin bijna op lopen, in de hoop dat ze op de top zouden zijn voor zonsopgang.
Wij hadden tune 45 al gedaan en reden dus door naar Dead Vlei. Van Daan en Laura hadden we al gehoord dat het laatste stukje richting de Vlei geen asfaltweg meer was, maar echt mul zand, waar je 4x4 rijkunsten op proef worden gesteld. Je kan ook je auto op de parking zetten en een shuttle nemen richting de vlei. Omdat we een aantal andere chauffeurs na een aantal meter al zagen sukkelen én er toch niemand stond te wachten, besloten we voor de gemakkelijke optie van de shuttle te gaan. Een zeer goede keuze, bleek achteraf. Terwijl de weinige andere mensen die er waren aan het vloeken waren op het zand, reed onze chauffeur zeer gezwind de woestijn in. Hij probeerde ons nog af te zetten net voor zonsopgang, maar een kleine minuut voor hij stopte, kwam de zon op. Toch was dit echt genieten.
De chauffeur zette ons af in wat leek het midden van de woestijn. Hij wees ons de richting uit die we moesten lopen en stoof er vandoor. Het volgende moment stonden we helemaal alleen in de woestijn, geen Death Vlei of versteende bomen te zien. We begonnen, terwijl de zon op kwam, dan maar te lopen in de richting die hij ons gewezen had en na zo'n 10 minuten zagen we effectief de Vlei met zijn zwartgeblakerde, versteende bomen voor ons. Fantastisch, onder meer omdat er nog niemand anders was. We hebben zeker 15 minuten helemaal alleen op deze mooie en absurde plek rondgelopen. En ook daarna waren er slechts een handvol andere bezoekers.
Na een klein uur hadden we de Vlei gezien en van alle kanten gefotografeerd. Dus besloten we terug te lopen van waar we kwamen. De weg was ondertussen al iets gemakkelijker, gezien de bezoekers ondertussen al mondjesmaat kwamen aangelopen richting Death Vlei. Dezelfde chauffeur die ons afgezet had, pikte ons terug op. Eenmaal terug aangekomen op de parking begrepen we waarom iedereen zo vroeg mogelijk op deze plek wil zijn. Op de parking stonden letterlijk honderden toeristen elkaar de verdringen om in de shuttlebusjes te raken. Een uur daarvoor waren wij er helemaal alleen. Dus 1 tip: vroeg opstaan!
Na ons bezoek aan Death Vlei stopten we nog even aan de camping voor een tweede ontbijt en bij te tanken. We wisten namelijk dat we opnieuw een lange rit voor de boeg hadden. Ons plan was om die avond in Luderitz te slapen. De rit van Sesriem naar Ludderitz is prachtig, je rijdt dwars door het Namibrand nationaal park. De landschappen zijn werkelijk fenomenaal. Maar de weg ligt er zeker ook niet altijd goed bij, waardoor het rijden vaak ook zeer vermoeiend is. En zelf de mooiste landschappen beginnen wel eens te vervelen. De laatste 120 kilometer van de route gaat over een asfaltbaan, maar dan rijd je onder andere door de woestijn en het spergebied. We waren dan ook heel blij dat we eindelijk in Luderitz aangekomen waren.
In Luderitz verbleven we op de Shark point campsite, de enige die ik vond daar. De camping zelf is verouderd en tijdens onze nacht daar was het erg winderig. Rond een uur of 2 's nachts waren wij dan ook genoodzaakt om onze auto te verzetten omdat het gewoon niet te doen was om daar te slapen. Gelukkig kwamen de twee vriendelijke bewakers ons helpen, zodat we erin slaagden om de auto te verzetten zonder dat we de tent moesten opplooien.
Na een woelige nacht moesten we vroeg opstaan, omdat we een boottocht geboekt hadden in Luderitz. Verder had het slapende stadje ons weinig te bieden. Tijdens de boottocht zagen we onder andere zeeleeuwen, pinguïns en dolfijnen. Bovendien was de schipper een goede verteller die kon uitleggen waarom de enorme kolonie pinguïns bijna uitgestorven was door toedoen van de mens.
Na de boottocht trokken we richting Kolmanskop, de reden waarom we helemaal naar hier gereden waren. Sinds ik de kiekeboe strip 'de himbagodin' had gelezen, was ik erg benieuwd naar dit verlaten stadje. Ik vond dan ook dat we dit niet konden overslaan tijdens een bezoekje aan Namibië. Het bezoekje was dan ook echt de moeite waard, een deskundige gids gaf een zeer boeiende uitleg over het ontstaan en het verval van het stadje. En achteraf mochten we in bijna alle huizen de urbex fotograaf in ons naar boven laten komen.
Na dit bezoek stonden we voor een dilemma: ofwel reden we van Luderitz langs de Fish River Canyon terug omhoog richting windhoek, ofwel lieten we deze extra kilometers vallen. Uiteindelijk hadden we de dagen hiervoor al zoveel gereden, dat we besloten om onmiddellijk naar Keetmanshoop te rijden en daar te overnachten. Opnieuw zo'n 300 kilometer, deze keer wel over asfaltwegen, maar na het betoverde landschap van het Namibrand National park, een eerder saaie rit.
In Keetmanshoop hadden we niets geregeld, maar in onze reisgids stonden er 2 campsites: 1 bij het 'kokerboomwoud' en eentje bij het 'Valse kokerboomwoud'. Omdat deze tweede optie minder ver rond rijden was, besloten we daarvoor te gaan. Tegen dat we bij de camping aankwamen, was het al donker. En we kwamen aan op een van de vreemdste plekken die ik ooit gezien had. Een man woonde op de camping en leek zeer eenzaam. Hij was dan ook zeer enthousiast toen we aankwamen. Ik weet niet of er vaak mensen naar de camping kwamen, gezien iedereen die we daarna tegen kwamen nog nooit van het 'false quiver tree forest' hadden gehoord. Ik weet dus niet of het uit verveling was, maar de volledige camping was vol geplaatst met levensgrote taferelen, uitgebeeld door poppen. Er was een scene met een aantal fietsers, een kerststal, een motorrijder. Ik veronderstel dat je me best gelooft dat dit een vreemde plek is om in het donker rond te lopen met enkel een zaklamp. Maar voor de rest: een prima camping met uitstekend sanitair en een vriendelijke, maar een beetje vreemde uitbater. En oh ja, de kokerbomen zijn prachtig bij zonsopgang.
Omdat we Fish River Canyon hadden laten vallen, hadden we nu nog wat tijd over. In de streek van Keetmanshoop was weinig te beleven naar onze mening. Dus we besloten alvast terug richting Windhoek te rijden. Na even opzoeken in onze reisgids vonden de de Dusternbrook Guest farm: een Guest farm die bekend staat voor zijn big cat tours en waar ook een camping is, dus dat zou onze bestemming worden voor de laatste 2 dagen.
De eerste dag op de guest farm hebben we nog een korte safari gedaan met een Ranger. Dat was leuk omdat we onder andere nijlpaarden en veel giraffen en antilopes tegenkwamen. Omdat we ondertussen zowat door onze mondvoorraad zaten (en Dusterbrook best een eind van de bewoonde wereld af ligt) besloten we 's avonds in de Guest farm te eten. Het concept is op zich gezellig: iedereen wordt aan een grote tafel gezet, dus sociaal contact is er sowieso. Wij hebben dus de avond doorgebracht met 3 generaties Duitsers die bijna elk jaar naar Namibië kwamen een interessante Nederlandse radiomaker die 6 weken op z'n eentje door Namibië getrokken was. Dat was dan ook het goede aan de avond. Het eten was ok, maar voor de prijs die we er voor betaalden, had het een stuk beter mogen zijn.
De volgende dag hadden we uitgebreid de tijd om onze camper terug wat toonbaar te maken. De big cat tour stond pas om 14u gepland (er was er ook eentje 's ochtends vroeg, maar om een of andere vreemde reden mochten we niet mee op die tour). Er waren wel meer dingen minder aan het verblijf daar: het ontbijt was zo goed als op en werd niet meer aangevuld toen wij en onze Nederlandse radiomaker van de camping aankwamen. Pas na aandringen kregen we extra brood en beleg. Over het algemeen hadden we dus minder zin om nog een extra dag te blijven op de guest farm. Na de big cat tour zijn we dan ook naar windhoek gereden om onze laatste nacht daar door te brengen. Omdat onze camper helemaal opgeruimd was, maar we toch nog graag in een tent wilden slapen, zijn we naar het Urban Camp gereden. Je kan er volgens mij ook kamperen, maar wij verbleven er in een van de comfortabele safari tenten.
De laatste dag van ons verblijf hebben we nog even rondgelopen in Windhoek. Er zijn een aantal leuke marktjes waar je fijne souvenirs kan kopen. (o.a. rond het Craft Café). Daarna moest de camper natuurlijk terug gebracht worden en zat de reis er op.
12 dagen is bijzonder kort voor Namibië, maar wij hadden niet meer verlof en konden dus niet langer gaan. Hadden we de goedkope tickets met Eurowings niet gevonden, dan hadden we nooit deze reis gemaakt. Maar achteraf gezien is het een van de mooiste landen die ik al bezocht heb. En nu we weten dat we vanuit Keulen goedkoop naar Windhoek kunnen vliegen, gaan we zeker nog eens terug, om het noorden van Namibië en eventueel een stukje Botswana te ontdekken.
© 2026 Goeie Reis!